Lentesneeuw

Watch. Learn. Live.

Zoek de poes november 23, 2009

Ingedeeld onder: same old same old — lentesneeuw @ 7:29 pm
Tags: ,

Ze zijn nu toch al bijna zes maanden oud en zowat verdriedubbeld in grootte. De tijd dat ik ze allebei op één arm kon dragen is voorbij. Dat ze ’s nachts in de living mochten rondhangen, ook. Dus heb ik ze een warm nestje gemaakt in de garage en verhuis ik iedere avond water-, eet- en kakbak daarheen. Alsook de poezen. Eerst de ene vastgrabbelen, dan de andere te pakken krijgen, de ene weer op de grond, de andere erbij passen en ze dan samen onderoks trekken. Dat lukt me voorlopig nog wel.

Waar ik echter meer en meer last mee krijg, is ze terugvinden in huis. Vooral de kater ontwikkelt een felle exploratiedrang, wat ik hem niet in het minst verwijt. Maar dat hij dan wel even komt als ik roep. Elementaire beleefdheid, vind ik dat, samenwonende huisgenoten onder elkaar zo. De kattin is op dat vlak veel correcter. Ze antwoordt zelfs met een intonatie in haar gepur: mompelend, vragend, gillend of kirrend.

Maar goed, “zoek de poes” was het. Tof spelletje. Zo vond ik de kattin na een half uur terug in mijn kleerkast, waar ik haar eigenhandig en nietsvermoedend moet opgesloten hebben. Of de kater ontsnapt via een raam dat welgeteld vijf minuten heeft opengestaan. Achter de kachel, het fornuis of de frigo. Onder het bed, op de kast of in de douche. En maar superstil blijven zitten, zeker als je er luidkeels voorbij komt gekropen, rammelend met het eetbakje. Heel plezant allemaal, als je daardoor bijna te laat op je werk komt.

Zopas voegde de kater er een nieuwe schuilplaats aan toe: de grote cilindervormige wasmand, voorzien van een houten deksel met daarin een gat van een vuist groot (nou ja, een mannelijke vuist dan). Compleet verhuld door de linnen zak en bedwelmd door de geur van vuile was, moet hij daar al een tijdje gezeten hebben, toen ik binnen kwam en m’n broek tot op m’n enkels liet zakken.

Een meter hoog spring je, als er opeens snorharen uit het gat van je wasmand komen!

 

Da nen omo! november 21, 2009

Ingedeeld onder: the L word — lentesneeuw @ 1:15 am

Het is een bedenking die ik me de laatste tijd noodgedwongen moet maken bij het mannelijk volk dat zich in mijn richting werkt. Maar wat me daarbij nog meer zorgen baart: “Waaraan ligt dit?” Zijn we ondertussen al zover in de tijd gevorderd dat alle stevige steuren uit de vijver zijn gehengeld en dat er enkel nog sprot overschiet? Of heb ik nu een zwaar vertekend beeld gekregen van wat mijn zinnen nog enigszins kan prikkelen? Het kan ook liggen aan mijn stoere blik waarmee ik de nacht in trek, beducht op net-iets-te-veel-willers, maar waardoor ik ook net iets te veel mijn mannelijke kant toon en zo de net iets te vrouwelijke types aantrek. Oordeelt u zelf maar.

Hij houdt vlak voor mij halt en steekt één hand hoog en stopgewijs in de lucht. “Nee maar, wat hebben we hier?” Versteend in die pose laat hij zijn ogen gretig over mijn lijf glijden van boven naar beneden, en terug. Ik laat luchtig, doch gemeend, verstaan dat ik niet opgezet ben met die vrijpostigheid, waarop hij zijn glas whiskey-cola dropt naast mijn mazout. “Mazout? Maar kind toch, dat is zo… margi!” Zijn oogballen gaan alle kanten uit en er komt net geen “uhu” achteraan. Ik kijk achterom naar vriendin, laat een seconde mijn onderkaak vallen en schudt verbaasd vragend m’n hoofd. Als ik me omdraai, is zijn neus nog twee centimeter van de mijne verwijderd. Zijn adem ruikt zuur. Zijn accent veel te Gents. Dit moet een grap zijn. Een weddenschap, ja. Voor een gang-bangbeurt van zijn vier vriendjes die nu ongeveer achter een hoek plat liggen. Toch grijns ik, uitgedaagd door zijn farse teut, en begin een discussie over het al dan niet marginale aspect van een mazout. Nog meer theatraal vertoon. Grappig, dat wel. Maar so not masculine. Bovendien merkt vriendin op dat hij een zjielee draagt met ouderwetse knopen. Wie anders draagt nu nog v-hals-zjielees met knopen? Ik moest haar gelijk geven.

Niet zo ostentatief maar toch ook niet vrij van twijfel:

Hij komt het station uitgespurt op een manier waarop ik zelfs nog niet loop. Zijn leren jekker sluit nauw aan rond zijn horizontaal gestreept spannend truitje (leer ik later). En de broek laat ook al niet veel tot de verbeelding over. De stem had me al eerder teleurgesteld, met een lichte lispel en een stuntelige poging tot AN. Niet zozeer de zinsbouw of de woordkeuze, want die is prima op niveau, maar die uitspraak is zo… erover gewoon. Zeer vriendelijk en rustig, vastberaden ogen die je blinde vlek lijken te zoeken terwijl je je levensvisie prijsgeeft. Net als een goeie vriendin dat zou doen, als ze meelevend luistert. Het zittende plaatje klopt al helemaal niet: ik met één voet steunend op de andere knie, hij met het ene been strak over het andere. Zo net iets te afgeborsteld, te correct, te gevoelig. Te vrouwelijk?

 

Kutterdekutterdekut november 14, 2009

Ingedeeld onder: Uncategorized — lentesneeuw @ 10:57 am

Dag lieve kuttertjes van me

Het is me hier wat in de kuthut. Sta me toe even stoom af te laten of medelijden te zoeken, zoals je wil. Feit is dat ziek én alleen zijn niet de allergrappigste combinatie is.

Een kleine kutimpressie: Je wordt wakker in een koud en stil huis en vraagt aan de spiegel of het nu al beter gaat. Bwa, zeg je, het is alleszins niet verslechterd. Je herinnert je de pillen die je “tijdens het eten” moest slikken en dus moet je wel met lange tanden ontbijten. Je vreest al voor het brood, want je hebt nu al een tijd geen vers kunnen halen. Maar er zijn geen groen/witte plekken te bespeuren, dus je smeert er twee. Je bekijkt de charcuterie en vraagt je af of dat nog wel zo koosjer is. Je ruikt niets -maar dus werkelijk NIETS- en je beseft dat je niemand anders kan laten ruiken. Op goede hoop dan maar. Een koffietje? Graag. En je sleffert in slow motion opnieuw naar de keuken. Je nek is stijf en je beeldt je in dat iemand er eens stevig in kneedt, tegelijk bemoedigende woorden fluistert. Je neemt je vitaminen, je breekt de reuzenpillen in twee, je kokhalst bij het inslikken en je hoest veel te ongezond. Jaja, het gaat wel. Buiten regent het. Er hangt een herfstblad tegen het raam geplakt. Triest tafereel. Nog triester zijn de 60 kutleesportfolio’s die liggen te wachten. De radio kan misschien nog soelaas brengen, maar telkens je je omdraait begint het ding te ruisen. De enige zender waarbij hij het niet doet, is een regionale waar met een zwaar accent de plaatselijke voetbaluitslagen worden voorgelezen. Kutradio. Dan maar de pc proberen. Daar zitten een heleboel mensen vrolijke berichten de wereld in te sturen. Je kan er zelf niets van diezelfde aard aan toevoegen. Ellendig. En die druk op je kaken zet weer op. Hoe klein kan je eigen wereld toch zijn en hoe allesoverheersend een slecht gevoel. Een gevoel van missen ook. Let er toch maar voor op dat de klop niet later komt, zeiden ze, en misschien hebben ze wel gelijk nu. Het besef. Nu natuurlijk tot de tweehonderdvijftigste versterkt. Nu je aan de zetel en medicatie gekluisterd zit, nu je feestjes moet afzeggen, nu je noodgedwongen voor jezelf moet zorgen. Kut.

 

En toen… november 13, 2009

Ingedeeld onder: Uncategorized — lentesneeuw @ 8:54 am

… was ze weer ziek…

Nooit echt gerecupereerd van de griep. Blijven werken door tig kopvallingen heen. Een pijnlijk knobbeltje ontdekken en daarvoor antibiotica moeten slikken. Kopvalling gaat gepaard met koorts. Misschien koorts door het knobbeltje? Lentesneeuw moet forfait geven.

Bedankt voor de dozen Kleenex!

 

Check out my plumbings! november 5, 2009

Ingedeeld onder: same old same old — lentesneeuw @ 2:22 pm

Maandag – 9.30 u.

Meneer de loodgieter manoeuvreert zijn grote bestelwagen op de krappe oprit van de juffer. Eindelijk. Juffer zit al drie weken te sukkelen met een lekkend toilet, een lekkende boiler en een andere boiler die al helemaal de geest heeft gegeven. Dat je die lekken pas ontdekt na een torenhoge waterfactuur is toch wel schandalig. Maar Juffer moet verstaan dat Loodgieter met een overvolle agenda zit en niet overal tegelijk kan zijn. Soit. Loodgieter haalt zijn werkbak boven en Juffer heeft niet veel anders te doen dan erop te staan kijken. De twee maken een praatje en komen zo te weten dat zij helaas weer single is en hij toch wel gelukkig getrouwd met twee mini-loodgietertjes. Na de eerste onwennige schoolstapjes van de oudste schakelt Loodgieter nonchalant over op zijn broer. De alleenstaande broer met de kuisziekte dan nog. Alles is altijd kraaknet in zijn “eigen” huis en ja, jammer, toch al een “hele” tijd alleen. Soms helpt hij eens mee met loodgieter op zijn ronde, al is hij niet zo tuk op vuile klusjes. Zonder dat ze er erg in hebben, zijn alle karweien afgewerkt en de kopjes koffie leeg. Juffer moet de komende dagen wel alles nog eens goed controleren op -weinig kans, maar je weet nooit- extra lekjes.

Woensdag – 11.00u

De extra lekjes zijn een feit en omdat het toilet nog niet is “opgespoten” met siliconen, ruikt de badkamer redelijk onfris. Juffer belt Loodgieter.

Donderdag – 13.OOu

Juffer ziet de bestelwagen al van ver komen en verwelkomt Loodgieter aan de deur. Bijna had ze de deur tegen de neus van diens broer gekwakt. De broer die nu toevallig ook mee was op ronde. Broer is niet zo knap als Loodgieter, maar lijkt wel even vriendelijk en goedlachs. De heren trekken eerst naar de keuken, waar onder mijn professionele belichting één dichting wordt aangeschroefd. Dat had ik inderdaad ook zelf kunnen doen. Daarna naar de badkamer, waar de ene de siliconenspuit hanteert, terwijl de andere goedkeurend toekijkt. Een grapje over niet blijven vastplakken met de kont en een voorstel tot redding indien dit wel zou gebeuren. Juffer lacht  ondeugend en doet er naar gewoonte nog een schep bovenop.

Grinnikend loopt het drietal de living in, waar  Loodgieter de stoof en de schouw opmerkt. Die moeten ook nog een beurt krijgen, stelt  hij vast, waarop Broer vindt dat hij er dan zeker moet bij zijn, want alleen aan die stoof zeulen is toch echt niet te doen. True. Alles hangt af van het verlof van Broer en er wordt een week vastgepind. De Juffer is best tevreden met de gaatjes die nu miraculeus zijn verschenen in Loodgieters agenda. En Broer zit er gelijk ook niets mee in om tijdens zijn verlof vuile klussen op te knappen. Als klap op de vuurpijl zal Loodgieter zélf naar Juffer bellen eens het zover is. Gesproken van een omgekeerde wereld zeg. Nog één klein detail: het telefoonnummer van Juffer… Juffer dicteert, Broer herhaalt en Loodgieter tokkelt ijverig op zijn gsm.

De heren lopen breed glimlachend de deur uit en stappen de grote bestelwagen in. Tot tweemaal zwaaien toe.

 

Addictions november 5, 2009

Ingedeeld onder: just a thought — lentesneeuw @ 11:45 am

Bon. Laten we het eens hebben over verslavingen. De niet te negeren lokroep van een vaak niet levend object of een nutteloze bezigheid. Het komt vooral voor als de mens zich verveelt of juist teveel stress beleeft. Dat alles gemixt met een schijnbaar gevoel van “niks beters te doen hebben”, want o ja, de mens heeft altíjd wel iets beters -nuttigers- te doen. Nuttige dingen zoals daar zijn kuisen, koken, eten, strijken, voorbereiden, verbeteren, zich wassen en aankleden en daklozen van de straat af helpen.

Mensen schreeuwen veel te snel en veel te theatraal: “Oh nee, ik ben verslaafd!”, maar als je al de voorgaande dingen nog kan combineren met die onweerstaanbare drang naar weet-ik-veel, dan ben je nog helemaal niet te ver heen. Dus, cut  the crap.

Verslaafd zijn doe je zo:

Je staat op en vliegt naar de powerknop van de pc, terwijl je eerste sigaret al bijna op is, nog voordat het senseoapparaat heeft gebiept. Je gooit de huisdieren wat eten toe, duwt ze op het kussen in de zetel, steekt de stoof aan en je installeert jezelf uitgebreid voor de pc. De tweede sigaret wordt aangestoken en je klikt je weg naar je eigenste boerderij waar de artisjokken al 78% gegroeid zijn en de aardbeien staan te blinken van rijpheid. Je plukt de aardbeien -dolblij met de ontvangst van 540 coins- en zaait op de vers omgeploegde grond wat pompoenen. Binnen 8 uur zijn die klaar om te oogsten, even rekenen en jawel, je zal tegen dan wel weer thuisgekomen zijn van de afspraak bij de kapper. Zoniet, zal je de kapper wel wat opjagen met de smoes dat je nog dringend bij de dokter moet.

Bij een derde sigaret ga je naar je eigenhandig uit de grond gestampte restaurant, waar de chicken potroast net klaar is om geserveerd te worden. Het heeft wel twee dagen geduurd vooraleer dat potje gestoofd was, maar het levert je wel een bom geld op! Daarmee kan je je restaurant weer wat groter maken, de tafeltjes herschikken en 300 vampire steaks beginnen bakken. En een level hoger it is! *straal*

Ondertussen heb je van de medeboeren een schaap, een koe en een hooibaal cadeau gekregen. Die moet je dan wel even accepteren en daarna goed nadenken waar je al dat moois zal neerzetten. De artisjokken zijn nu al 79% heen en hebben nog wel even te gaan.

Tijd voor het ochtendplasje. Zodra deze sigaret op is.

 

@!*?# november 4, 2009

Ingedeeld onder: the L word — lentesneeuw @ 5:05 pm

Of hij mijn brieven die ik voor hem schreef soms wilde.

Gooi maar in de vuilnisbak, zei hij.

 

Toe hundred! november 1, 2009

Ingedeeld onder: just a thought — lentesneeuw @ 1:26 pm

Dit is mijn tweehonderdste post.

Dít is mijn tweehonderdste post.

En ik ga het geen twee keer zeggen.

Bovendien nog op Allerheiligen zeg. Ik bedoel: what are the odds?!

Er is zelfs meer:

  • 200 = 1/2 van de meute volk dat gisterenavond door de straten van onze kleine gemeente griezelde. Een nooit eerder gezien vertoon!
  • 200 + 45 : 5 – 48 = het tijdstip waarop ik mijn wandeltenue inruilde voor een iets glamoureuzere versie om veel te laat, maar alsnog naar een verjaardagsfeestje te trekken.
  • 200 – 100 : 10 = het aantal gezegende drankjes dat ik naar binnen heulde. Dit bevat evenwel een paar kleine jenevertjes, wat het geheel nog aannemelijk maakt.
  • 200 x 5 – 565 : 5 x 0 = het fortuinlijke aantal keer dat ik aan de kant ben gezet door de arm der wet.
  • 200 : 50 = het onfortuinlijke aantal acute toiletbezoeken vandaag.
  • 200% = de inzet van de man om me mee te krijgen naar huis. Een zeer overdreven, wel entertainende, maar dus tevergeefse poging.
  • 200 = de factor waarmee mijn ego een boost heeft gekregen door dit alles.

 

 

Go! oktober 24, 2009

Ingedeeld onder: the L word — lentesneeuw @ 9:59 am

Wat doet een mens als hij eens te meer voor dat gapende gat van het onbekende komt te staan?

A: Luid jammerend ervoor gaan zitten met een Bridget Jonesfilm en bij de pakken Kleenex blijven zitten (al zijn die van het Colruytmerk al even absorberend).

B: Rechtsomkeert maken en verloren lopen in het verleden straatje zonder einde.

C: Een paar vrienden naar beneden gooien, jezelf een kleurrijk parachuutje ombinden, wachten tot de vrienden je vanuit het gat aanmoedigen en zeggen dat het oké is, eens twijfelend over de rand kijken en vaststellen dat je toch niet veel ziet, vervolgens achterom kijken en het erop houden dat het beter is zo, de parachuut nog eens checken, groot gejuich nu van de vrienden… ogen dicht, adem in en springen.

Ja, dat laatste lijkt me wel iets.

 

T.O. september 3, 2009

Ingedeeld onder: Uncategorized — lentesneeuw @ 6:47 pm

Effe…. met de gestrekte vingertoppen van de rechterhand tegen de gestrekte handpalm van de linkerhand… zo ja.

Effe een time-out inlassen gedurende die eerste weken.

See ya when I get there!