Lentesneeuw

Watch. Learn. Live.

27 en hopeloos – deel 1 juli 17, 2008

Gearchiveerd onder: kortverhaal — lentesneeuw @ 3:51 am
Tags: ,

“En blijf toch uit je neus”, mompelde ze, terwijl ze de vrouw in de Volvo naast haar bekeek. Een Volvo. De gezinswagen bij uitstek. Dan moet er nog zo’n Skoebidoe zonnewering aan de zijruit vasthangen ook. Om toch maar duidelijk te maken dat ze gezegend is met een stel kinderen.
Natuurlijk wist ze dat die dingen haast onmisbaar waren, wil je de kleine niet laten verzengen door de zon. De veel te felle zon trouwens, voor de tijd van het jaar. Duidelijk een gevolg van het broeikaseffect.

Maar goed. Zijzelf had geen kinderen. Dat het stilletjes aan tijd werd daarvoor, was ook overduidelijk.
Het werd groen. Ze duwde het gaspedaal in en liet de Volvo achter zich. Daarin zat wellicht de gelukkigste vrouw van het kruispunt. Zou ze dat zelf ook beseffen? Peuteren gelukkige mensen altijd in hun neus?

Zij alleszins niet. Ze had het te druk met zichzelf te zien zitten in haar Fiësta: 27 en hopeloos. Haar schim weerspiegelde in de voorruit. Het effect van de donkere buitenlucht en het blauw oplichtende dashboard binnenin.
Hopeloos. Misschien wat overdreven gesteld, maar zo was ze nu eenmaal. Ze hadden al vaker het etiket dramaqueen op haar voorhoofd geplakt, en in feite zou ze het als actrice nog zo slecht niet doen. Maar velen zagen niet eens het heil in van haar barokscènes . Ze had geantwoord dat het nuttig was de dingen eerst uit te vergroten, de boel wat op te blazen om dan achteraf te kunnen zeggen dat het allemaal zo erg nog niet was. Dat heet pas relativeren. En niet “revalideren” zoals één van haar dates het zo mooi had willen verwoorden. Imponeren deed hij allerminst. Hij werd al snel geschrapt van haar lijstje met potentieel.

Ben ik weer op dreef, onderbrak ze zichzelf, een gedachtestroom die van geen ophouden weet. Maar dat was net haar doel geweest. Zo ging het er meestal aan toe in haar Fiësta, en nog het liefst rond middernacht. Dan was het stil op straat en kon geen enkele auto nog jammeren dat ze te traag reed. Zo was het net goed. En zo reed ze ook die avond door het donker, met de smoes een pakje sigaretten te halen bij Apu, de Indiër. Daar nam ze zelfs speciaal een omweg voor, om zich nog wat meer te kunnen verdiepen in dat “hopeloze” leven van haar.

Ze kon een glimlach niet langer onderdrukken. Ze wist natuurlijk wel dat het nog verre van hopeloos was.

 

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.