“Amai”, zeg ik enthousiast, “dat is zeker al een hele tijd geleden dat we mekaar gezien hebben!” Het staat propvol in het berookte café. Mensen die al scheef aan de toog hangen en anderen die zich recht houden aan mekaar. Kermis lokt zulke gedragingen uit. Ik daarentegen had al wijselijk een cola-light in de hand en was net in een gesprek gerold met een oude bekende.
“En ben je nu nog altijd alleen?” Een wederzijdse vraag die langs beide kanten met een knik en opgetrokken wenkbrauwen wordt beantwoord. Niet te geloven, inderdaad. Een ongeschreven wet is het dan wel dat twee singles wat onhandig bij mekaar blijven staan om het één en ander uit te vissen. Aard van het beestje, nietwaar.
En dan zie ik hem weer op me afkomen. De kans dat we mekaar hier zouden treffen was zeer groot, alleen al om het feit dat dit dorpje maar één café telt. Maar kom, dacht ik een dik uur daarvoor in de badkamer, we zijn nu al meer dan twee jaar uiteen. Hij zal zijn smeekbedes toch achterwege gelaten hebben?
Niet dus. Trekt hij aan m’n mouw, eist hij de aandacht op, vraagt hij allerlei dingen tussen mijn gesprek door. Ik waan me op de bune van een tennisstadion, tot al dat hoofddraaien m’n strot uitkomt.
“Zie je niet dat ik aan ‘t praten ben met die gast?”
“Dat kan me geen bal schelen.” De macho. Met zijn haltertopje aan, zodat al zijn spieren nog eens extra dik opvallen. Ja, het is een geweldig lijf, maar ook niet meer dan dat.
“Ah zo. Waarom ga je niet gewoon terug bij je nieuw lief gaan staan? Ze is aan ‘t kijken naar ons.”
“Ik sta nog liever bij jou, ookal is dat maar om wat te praten. Liever dat dan bij haar. Je kent ze. Wat een zaag.”
“Ja, ik ken ze zeker, al even lang als jij. Nooit gedacht dat je met haar iets zou beginnen, want je kon ze toch niet uitstaan die vijf jaar dat we samen waren? Allez ga maar, je bent zat, ik hoor het aan je klap en zie het in je ogen.”
“Je kent me ook veel te goed. Maar ik wil niet bij haar, ik wil bij u.”
De gast aan mijn andere zijde zal het gesprek wel een tikkeltje kunnen volgen hebben. Misschien niet alles gehoord, maar de gebaren en mimiek van mijn ex waren vrij duidelijk. Ik glimlach verontschuldigend en draai me weer een beetje naar hem toe. Hij pikt het gesprek op waar mijn ex het had onderbroken.
Weer een por in mijn andere zij. “Dus je wilt zelfs niet meer met me praten? Het uitpraten? Opnieuw beginnen?” Ik zet m’n meest geïrriteerde blik op, zo eentje die hij al lang gewend is van mij.
De andere gast excuseert zich om te gaan praten met een kameraad. I can’t blame him.
En door de grimassen van m’n ex heen, gebaar ik M dat het dringend tijd is om naar huis te gaan.
Uw mening