Een wel zeer interessant topic dat Tom heeft aangesneden bij m’n vorige post. Ik zal misschien niet moeten wachten tot een volgende confrontatie met m’n ex. Ik kan het gewoon uitproberen op de leerlingen. Hah!
My first day at school it was. Met grotere klassen dan ooit en ferme zweetbuien tot gevolg. Ja, ik ben een stresszweter. Was ik dan nog zo STOM geweest om een synthetisch pulletje aan te trekken deze morgen! Ik hoop maar dat de geur zich beperkt heeft tot een onopvallende vijf centimeter verder dan m’n oksels. Zoniet, dan dear god please laat mijn leerlingen taalkundig zwaar tekort schieten om daarvoor een bijnaam uit te vinden. (En ja, naar ‘t schijnt zouden inlegkruisjes *nú ook met bloesemgeur!* omgekeerd in je T-shirt geplakt helpen, ik wéét het!)
De eerste lessen vielen alvast mee. Na mezelf voorgesteld te hebben (“Amai mevrouw, schrijven is uw hobby? Pff!”) en ze dan een woordje uitleg te geven bij het fenomeen “bloggen”, mochten ze zelf een fiche invullen met eigen hobby’s (“roken, rondhangen en slapen”), hun troeven (“Mevrouw, wat is dat?”) en één minpuntje (“Grof en onbeschoft doen”).
Maar wat me hier vooral is opgevallen, en dat betreur ik eigenlijk wel, is dat er velen niets vonden als troef.
“Allez kom Pietje, waar ben je goed in?”
“Niks mevrouw.”
“Niks? Dat kan niet! Wat doe je graag? Laat eens zien bij je hobby’s.”
“Rondrijden met de brommer.”
“Awel dan. Sleutel je zelf ook aan je brommer?”
“Bwaja.”
“En wat doe je dan?”
“Chappementen vervangen.”
“En rijdt hij nadien nog, jouw brommer?”
“Ja.”
“Awel, dan kan je goed aan je brommer sleutelen. Schrijf dat maar op!”
Uw mening