Ik heb al een paar dagen bevallig gezelschap tijdens mijn autoritten naar en van het werk. Wel grappig om te volgen hoe ze zich krampachtig vasthoudt, telkens ik optrek. Ja, ‘t is een zij. Dat had ik meteen gezien aan haar koppige gedrag.
‘s Morgens, in alle vroegte en dauw zit ze mij al op te wachten aan mijn autospiegel. Vol trots toont ze haar spinsels van de nacht ervoor. En elke morgen zeg ik weer: Goed gedaan, meid! En gaan we die spinsels er dan nu weer afrijden? Ze schudt verschrikt het hoofdje en baant zich een weg naar boven, van zodra ik de deur met een smak laat toevallen.
Vooral op de autostrade houdt ze zich kranig in haar hoekje. Soms kruipt ze zelfs even achter het binnenframe van de spiegel en komt dan weer piepen, van zodra ze voelt dat we aan vaart moeten inboeten. Ja meid, we zitten weer op de gewone baan. Kom er maar uit.
Tegen dat mijn lessen erop zitten en ik weer in mijn auto stap, hangt ze speels te bengelen aan alweer een nieuw crocheerwerkje. Ik glimlach. Ze heeft het duidelijk nog niet door. Wat een afstand, dacht ik. Voor zo’n klein mormel. Maar ik laat ze doen natuurlijk. Koppigaards veranderen niet zomaar van gedacht, weet je.
Uw mening