Alle snot, oorsmeer, ontlasting en zwarte puntjes op een stokje… ‘t wordt tijd voor iets nieuws. Alhoewel, nieuw?
Het was weer zover deze avond. Lentesneeuw trok op date. Ze had het nog zo afgezworen niet meer in te gaan op blind dates, maar het impulsieve beest in haar had zich wederom gevoed aan een geanimeerd gesprek en flapte er opeens uit “Waarom niet samen naar Loft gaan kijken, als we hem beiden willen zien?”.
Dat het geen smekerig type was -en maar best-, bleek al tijdens de week voor de date. Hij liet niet bijster veel van zich horen. Nu, date of niet, deze madam zou sowieso de cinemazaal ingedoken zijn om de prent van het moment te kunnen ervaren. Ik kan jullie nu al zeggen dat het dik de moeite waard is!
Niet zozeer zijn centen waard, want ik moest niks betalen. Hij trouwens ook niet, want hij “vertoeft dagelijks in mediakringen”. Hmmm. Een dikke vis aan de haak dus. Toen ook nog eens bleek dat hij niet onlelijk voor de dag kwam, haalde Lentesneeuw toch een beetje opgelucht adem.
Maar is een dikke vis als deze wel aan haar besteed, lieve mensen? Dat was haar bedenking van de avond. Hij had vandaag nog gauw even een weekendje Parijs geboekt, om er eens uit te zijn, weetewel. Ik knikte begrijpend. “Natúúrlijk, waarom niet hé” en trok m’n schouders nonchalant op. Ik weet niet of ik ermee weg kwam. Vanbinnen voelde het aan alsof ik twee vlechten aan het kweken was, met hier en daar een spriet stro tussen en een rode zakdoek met witte bollen errond geknoopt.
Een joviale man naar mij toe, dat wel. Al heb ik ook een glimps van hautainheid opgevangen tijdens de film, toen de vier bakvissen voor ons luidop bleven keuvelen en het ene gsm-schermpje na het andere fel oplichtte. Ze irriteerden hem. Hij heeft in totaal twee van mijn M&Ms met nootjes naar hun kop gegooid, hun zetel vervolgens een ferme duw gegeven en hen aangemaand tot een cafébezoek. Geen van hen reageerde.
Nog één drankje achteraf, waarbij hij wel zijn best deed te luisteren en zelf gespreksstof toevoegde. Maar zijn oogleden hingen bijna tot op zijn bierviltje, wat ik dan ook luidop opmerkte. “Ja, hij was behoorlijk moe.” Bij het afscheid “zouden we mekaar nog wel horen”, waarop ik -laten we even heerlijk blijven- heb geantwoord dat we het wel zouden zien. Elk zijne vijver, dacht ik zo.
Uw mening