Het begon zo’n twee maanden geleden. Een zwerfkat aan de achterdeur. “Oh kijk zoetie, een poesje!”, riep ik vertederd. Dat zit er al van kleinsaf in bij mij, het medelijden met arme dierenzieltjes die het alleen moeten redden in deze grote wereld. Hoeveel gaatjes heb ik niet geprikt in schoenendozen en botervlootjes om er weesmusjes, muizenjongen, sprinkhanen en ander potigs in te stoppen. Niet dat ik ze daarmee altijd even succesvol heb gered… wel steeds tot grote ontsteltenis van ons moeder, die het tot op vandaag nog altijd niet zo heeft voor beestjes.
Zoetie wel, leerde ik. Hij kwam geïnteresseerd buiten kijken en hurkte meteen neer voor het miauwende beest. Ze was mager en er zat maar weinig glans in haar verwarde vacht. Maar ze was wel lief en aanhankelijk, voor een zwerfkat toch. Het duurde niet lang of er stond een knalroze eetbakje te pronken aan de achterdeur. Dagelijks kregen wij een bezoekje en wat kopjes van haar en in return kreeg zij wat korrels en een paar aaitjes van ons. Het was tijdens dat aaien dat ik merkte dat haar tepels nogal groot uitgevallen waren.
“Volgens mij zit ze ergens met een nest”, diagnosticeerde ik. Zoetie beaamde: “Dan moeten we ze extra veel eten geven.” Voor de rest ging het leven aan de achterdeur zijn gewone gangetje.
Vrijdagavond. Zoetie en ik zijn bezig met de voorbereidingen van de barbecue voor zaterdag. We lopen in en uit de garage (het noodplan bij slecht weer was nu een feit) en Zoetie beslist op straat te gaan kijken hoeveel auto’s er eigenlijk geparkeerd kunnen geraken. “Lieveke! Kom snel kijken! Onze poes heeft een jong mee!” Ik laat een slinger vallen en begin te lopen. “Nee, twee!”, hoor ik. ” Oei, drie… Djeezes, ‘t zijn er vier!!”
Vier pluizenbollen op een rij achter de moeder aan richting onze achterdeur. Lap. En nu?
Terwijl we the happy family veilig de straat over gidsen, stopt verderop een auto. Er komt een meisje uitgesprongen die, what are the odds, een katterie uitbaat. Wel van raspoezen hé, niet van zwerfkatten… maar ze wil de katjes morgenvroeg wel komen halen om ze naar een asiel te voeren, aja, want ze kunnen hier toch niet blijven lopen. Zo geraken ze nog aan hun dood! Daarbij, vier zwerfkatten erbij is wel heel veel in deze drukke straat en… “oké”, onderbreek ik haar. “Je wil dus dat we de katjes bij ons houden deze nacht?” “Uhu”, zegt ze, “als dat mogelijk is?”
En zo gebeurde het. We konden drie van de vier kittens te pakken krijgen en die werden veilig weggezet in een Ikeadoos op het met riet omheinde terras. De moeder kwam ze die avond nog regelmatig zogen.
Zaterdagmorgen. Nog maar twee kittens in de doos. De derde, wellicht de sterkste, is achter de moeder aan geklommen over het riet heen… Meisje belt aan, neemt de twee katjes mee en wij doen lustig verder met patatten en pasta koken, groenten versnijden en tafels dekken.
Middag. Trippel trippel, moeder komt aangelopen… met in haar kielzog de twee andere kittens. Moeder galant over het riet. Kittens springen… en vallen tussen het riet en de omheining. Miauw. Miauw. Kittens bevrijden. Ikeadoos weer buiten. Kittens erin. Tja…
17u. Barbecue is ready to go en wij net vanonder de douche. Ding dong. Het meisje weer. Ze heeft slecht nieuws en goed nieuws. Het slechte nieuws is dat het asiel overvol zit en ze dus de twee katjes weer ter onzer beschikking stelt. Maar het goeie nieuws is dat ze de hele dag heeft gespendeerd aan het ontvlooien, wassen, nagelknippen en föhnen van de beestjes. As good as new! We krijgen er zelfs een mandje bij, een kattenbak, wat grit, wat korrels, wat speeltjes en zelfs de reisbox mogen we nog even houden, aja, want als je op verplaatsing wil gaan met hen… “Euuh”, onderbreek ik haar, “je wil dus dat we de katjes houden?” “Uhu”, zegt ze, “jouw man had daar gisteren toch al over gesproken? Als je wil, heb je nu een stel frisse katjes. En ze zijn zoooo lief!”
“Maar we zitten ondertussen weer met de andere twee…”
“Ah zo.”
We kijken elkaar peinzend aan. Het meisje herinnert ons aan het werk dat ze in de katten heeft gestopt en het feit dat die andere kittens nog vol vlooien zitten. “Dan zit er niets anders op”, zegt Zoetie. “We houden de twee propere en we zetten de twee vlooienballen weer buiten bij de moeder. *slik*
Een grote glimlach en veel gelukwensen vanwege het meisje. Hier is mijn telefoonnummer bij vragen en/of problemen… en weg was ze.
17.40u. De eerste gasten arriveren. De reisbox met de kittens staat in de living met alle materiaal er haastig naast gedeponeerd. “Ja, we hebben nu twee katjes ook”, luidt het een keer of tien die avond. “Maar we beseffen het zelf nog niet.”
Arromanches, pal in het midden van de Normandische kust. Gelogeerd in een tweesterrenhotelletje (zolang het ontbijt maar lekker is) om vandaaruit de landingskust te verkennen.De zon gaat onder, net als we aankomen. Er liggen grote spookachtige dingen voor de kust in een halve cirkel. In het museum leren we dat het overblijfselen zijn van een ingenieus bedachte, in 48 uur opgebouwde, drijvende haven.
Bayeux. Eerst en vooral bekend om zijn tapisserie, maar dat is nu niet meteen onze prioriteit. Honger! Meneer kiest, zoals altijd, voor een nog niet eerder geproefd gerecht: gesmolten Chaumes vergezeld van sla en een patat in zure room. Een volledige Chaumes dus. Volledig, met bittere korst en al…
Ook niet onbelangrijk in Normandië: cider en Calvados. Na een uitgebreide degustatie komt mijn Franse tong los, al is het nog met beaucoup de chevaux dedans. Mais on ne se tire rien de là zenne. We beslissen de kweker gelukkig te maken met een grote bestelling alcoholbevattende dranken en krijgen er zelfs een gratis pot confituur bovenop. Très beau de vous, madame!
En dan het serieuze werk. Ik had me al afgevraagd wat al die bordjes langs de weg wilden zeggen: Batterie de si, batterie de la. Dat zijn dus de terreinen waar den Duits zat ingebunkerd. Zeer indrukwekkend, te lopen waar zij 65 jaar geleden de Franse kust onder schot hielden.
Longues sur Mer en haar batterie. De enige waar het originele geschut nog in de bunkers is blijven staan. Dat ze nog intact zijn, bewijst dat de Duitse constructies haast niet kapot te krijgen waren. De afloop van D-Day is iedereen bekend, maar hier besef je dus tegen welke prijs.
“Walk silently and with respect”. We komen op US grondgebied. Tienduizenden soldaten, waarvan het merendeel niet verder is geraakt dan het strand… ook hier word je stil van. Amerikaanse gezinnen waren hier rond, op zoek naar hun dearest. We voelen plaatsvervangende trots. En zere voeten.
Uw mening