Zijn smsje haalt me uit mijn dagdroom (alsof ik dat ‘s nachts nog niet genoeg doe, zelfpijniging I tell ya). Dat we zondag worden verwacht bij zijn moeder voor Antwerpse moederdag. Flits. Ik val met mijn gat, pardoes, terug in mijn bureaustoel anno 2009.
De voorbije twee uur was ik nog vijf kilo lichter, single en avontuurlijk bezig aan de andere kant van de wereld. Een sabbatachtig half jaartje was het, van maart tot augustus 2007. Tussen de kangoeroes, eucalyptusbomen, witte stranden en dorre woestijnen. Naast metgezellen die al even op zoek waren als ik. Naar onszelf.
Ik bekijk de foto’s en filmpjes, zie en hoor mezelf bezig, als was het iemand anders. Ben ik dat? Ik? Hoe anders toch… Ik glimlach, schaterlach, word weer stil. Ik herbeleef. Toegegeven, ik had wel guts op dat moment in mijn leven. Alles laten vallen, op m’n eentje ervandoor, het Vlaamse leven on hold gezet en vastberaden een nieuw begin te vinden. Weg. Ver ver weg van hier.
Maar ik vond het. Het zelfvertrouwen, de courage, het doel. Het, wat voor iedereen wel anders zal zijn, evenals de weg ernaartoe. Bij thuiskomst was mijn rugzak een pak lichter en tegelijk zoveel rijker. Ik kon de wereld aan. Dat was dan ook wat ik antwoordde op de vraag hoe ik me toen voelde, zo na die lange reis. Alsof de wereld aan mijn voeten lag en ik er maar over hoefde te huppelen.
Een mens vergeet zo snel. Ik vergeet te snel. Hoeveel we kunnen bereiken, als we het maar hard genoeg willen. Met de mouwen opgestroopt en de tanden bloot. En onderweg blijven relativeren. No worries mate
Niet slecht dus, om af en toe die rugzak weer te openen en je te laten bedwelmen door de eigenhandig ingepakte geur van euforie. Voor een prikje!
Uw mening