Het is een bedenking die ik me de laatste tijd noodgedwongen moet maken bij het mannelijk volk dat zich in mijn richting werkt. Maar wat me daarbij nog meer zorgen baart: “Waaraan ligt dit?” Zijn we ondertussen al zover in de tijd gevorderd dat alle stevige steuren uit de vijver zijn gehengeld en dat er enkel nog sprot overschiet? Of heb ik nu een zwaar vertekend beeld gekregen van wat mijn zinnen nog enigszins kan prikkelen? Het kan ook liggen aan mijn stoere blik waarmee ik de nacht in trek, beducht op net-iets-te-veel-willers, maar waardoor ik ook net iets te veel mijn mannelijke kant toon en zo de net iets te vrouwelijke types aantrek. Oordeelt u zelf maar.
Hij houdt vlak voor mij halt en steekt één hand hoog en stopgewijs in de lucht. “Nee maar, wat hebben we hier?” Versteend in die pose laat hij zijn ogen gretig over mijn lijf glijden van boven naar beneden, en terug. Ik laat luchtig, doch gemeend, verstaan dat ik niet opgezet ben met die vrijpostigheid, waarop hij zijn glas whiskey-cola dropt naast mijn mazout. “Mazout? Maar kind toch, dat is zo… margi!” Zijn oogballen gaan alle kanten uit en er komt net geen “uhu” achteraan. Ik kijk achterom naar vriendin, laat een seconde mijn onderkaak vallen en schudt verbaasd vragend m’n hoofd. Als ik me omdraai, is zijn neus nog twee centimeter van de mijne verwijderd. Zijn adem ruikt zuur. Zijn accent veel te Gents. Dit moet een grap zijn. Een weddenschap, ja. Voor een gang-bangbeurt van zijn vier vriendjes die nu ongeveer achter een hoek plat liggen. Toch grijns ik, uitgedaagd door zijn farse teut, en begin een discussie over het al dan niet marginale aspect van een mazout. Nog meer theatraal vertoon. Grappig, dat wel. Maar so not masculine. Bovendien merkt vriendin op dat hij een zjielee draagt met ouderwetse knopen. Wie anders draagt nu nog v-hals-zjielees met knopen? Ik moest haar gelijk geven.
Niet zo ostentatief maar toch ook niet vrij van twijfel:
Hij komt het station uitgespurt op een manier waarop ik zelfs nog niet loop. Zijn leren jekker sluit nauw aan rond zijn horizontaal gestreept spannend truitje (leer ik later). En de broek laat ook al niet veel tot de verbeelding over. De stem had me al eerder teleurgesteld, met een lichte lispel en een stuntelige poging tot AN. Niet zozeer de zinsbouw of de woordkeuze, want die is prima op niveau, maar die uitspraak is zo… erover gewoon. Zeer vriendelijk en rustig, vastberaden ogen die je blinde vlek lijken te zoeken terwijl je je levensvisie prijsgeeft. Net als een goeie vriendin dat zou doen, als ze meelevend luistert. Het zittende plaatje klopt al helemaal niet: ik met één voet steunend op de andere knie, hij met het ene been strak over het andere. Zo net iets te afgeborsteld, te correct, te gevoelig. Te vrouwelijk?
Uw mening