In zijn bed. Klaarblijkelijk. Niet zozeer gerold, dan wel gedragen. Maar daar gaan we nu eens niet dieper op in. Get it? “dieper”. Haha. Hm. Niemand? Right.
Drie jaar terug wentelde ik mij als een wulpse kitten -toegegeven, nog zonder veel ervaring- rond zijn discobar. Al vanaf het eerste moment in shock door zijn blik, in zwijm voor zijn lach en in trance door zijn muziek. Aldus schalde ik luidkeels mee:
It’s murder on the dancefloor
But you better not kill the groove
Dj, gonna burn this goddamn house right down
Oh, I know I know I know I know I know I know
About your kind
And so and so and so and so and so
I’ll have to play
If you think you’re getting away
I will prove you wrong
I’ll take you all the way
Boy, just come along
Het moet ergens rond die tijd geweest zijn, ja. Ik wist natuurlijk ook dat ik die boy niet zomaar kon meesleuren zonder dat zijn madam eraan vast hing. Dat was dan wel effe jammer, maar het hield me niet tegen om geregeld op zijn dansvloer te verschijnen in nauw aansluitende pakjes -toen nog kitten, zei ik- en zwaar om aandachtvragende ogen.
Dj gaf die aandacht graag en liet het zich zelf ook welgevallen, niet in het minst omdat zijn relatie het sleurtepunt had bereikt. Bovendien was zij nog eens zoveel jonger dan ik, hardly a kitten, nog niet eens losgewrikt uit het vruchtwatervliesje, fragiel, onervaren en stikjaloers.
Ja, dj kon veel diepgaander babbelen met mij, maar hield toch vast aan zijn adoptiekind. Hij vond onze kussen wel heter, maar kon geen afstand nemen van zijn vadergevoel. En zo liet ik hem achter in zijn zetel, met half ontblootte torso, de warmte van mijn hand nog op zijn lijf, neenschuddend, terwijl ik elk spoor van mijn aanwezigheid wiste van de grond en met opgeheven hoofd zijn leven uitliep.
Tijdens de jaren die verstreken werden mijn nagels wel scherper, mijn vacht wat dikker -ik verkies “donziger”- en stoof ik niet meer af op alles wat maar enigszins op eten leek. Ik kies nu ook zelf wanneer en door wie ik wil geaaid worden.
Tot vorige week dacht ik dat gedane zaken geen keer namen. Dat een gevoel niet onderhuids kan liggen smeulen om, mits de juiste lont, opeens uit te barsten in hete vlammen. Damn. Dat deed het dus wel, toen dj opeens van zich liet horen. Hoe, getrouwd? Hoe, bijna gescheiden? Hoe, hij wil eens afspreken? Purrr.
First things first, zeiden we, en er werd over en weer gebabbeld over verleden en heden. Zijn bijna ex-madam was nog steeds zoveel jonger dan ik, ondertussen al wel een kitten te noemen, maar nog steeds stikjaloers. Ziekelijk jaloers. Stalking jaloers. Terwijl ik het lijvige dossier vol bewijsstukken en pv’s inkeek, wenste mijn gezond verstand dat het elders een glas bubbels zat te drinken. Maar zijn glimlach was nog steeds dezelfde en dat wist hij duivels goed.
En zo liet ik hem achter in zijn zetel, met zijn torso, breder dan vroeger, de warmte van zijn handen nog op mijn lijf, lachend, terwijl ik elk spoor van mijn aanwezigheid wiste van de grond en met opgeheven hoofd zijn deur uitliep.
Little did I know, dat zijn kitten het had gezien.
Uw mening