Je hebt het vast al meegemaakt. Een puist. Het doet steeds meer zeer, naarmate het zich vult met pus. Je checkt het geval regelmatig en vraagt je af of je al zou mogen duwen. Je weet dat je eigenlijk niet zou mogen duwen, maar je verlangt al naar dat zalige moment waarop de gele smurrie zich een weg naar buiten catapulteert (die tegen de spiegel zijn de tofste, weet iedereen). Maar wat bovenal geweldig deugd doet, is de wegebbende druk van de eens veel te gespannen puistenhuid. Het doet gewoon pijn, een puist, punt.
Maar wie heeft dit al meegemaakt? Een puist in je oor. Ja, d’erin. Het doet ook steeds meer zeer, naarmate het zich vult met pus. Niet alleen in je oor, maar ook je oorschelp krijgt gaandeweg last van de druk. Je pulkt en je prutst met je pink om de puistenfase te achterhalen, maar dat is geweldig moeilijk zonder visuele bevestiging. Je weet alleen dat het zeer doet en dat je daar zo snel mogelijk verlichting wil. Een wattenstaafje, een thermometer, een pincet. Het haalt allemaal niet veel uit. Dus je neemt een naaldje en hanteert het ding met de meeste zorg richting oorgat. Je prikt een keer en voelt. Geen pus. Je prikt nog een keer en nog steeds niets. Best gevaarlijk, dus je staakt de actie en spuit je oor vol met ontsmettingsmiddel.
Een nachtje slapen heeft nog geen soelaas gebracht. Het niet kunnen zien maakt je gek en dat je er beter zou afblijven is al lang geen optie meer.
Het enige voordeel dat je erin ziet, is dat niemand het zal merken op het feestje vanavond. Tenzij het ding open springt en iemand vraagt: Hé, wat is dat daar aan je oorlel?
Uw mening