Hoera, een topic! februari 28, 2011
“Het gaat je goed”, voegde hij er nog aan toe.
Sommige mensen staan toch zo hard te springen om een oordeel te vellen zonder ook maar één jota te beseffen van wat er gaande is. Wie weet werd ik vorige maand wel niet fataal omvergeknald door een bus (cliché, ik weet het) of zat ik ondertussen al lang vast voor zware criminele feiten waarvan ik hier uiteraard helemaal geen letter had gepiept (dat zou pas ridicuul zijn). Of misschien had Lentesneeuw ondertussen al lang een ándere blog?
Feit blijft dat ik hem dankbaar ben, onze lolsmurf. Het was een korte maar allesomvattende -en tot op heden nog steeds niet gepubliceerde- reactie die me een groot inzicht heeft verschaft in mijn eigen doen en -vooral dan- laten. Maar wat nog meer is: ik zit ondertussen al mijn tweede alinea neer te pennen op deze blog die ocharme nog met haken en ogen aaneen hangt.
Dus werkelijk bedankt, lolsmurf, om me een topic aan te reiken waarover ik nog pagina’s kan doorlullen met het verstand op nul. Want dat, mijn beste, is wel wat ik kan gebruiken momenteel. Daarom ook kom ik er hier de laatste zes maanden niet meer toe. Wat er precies scheelt, wil ik hier zelfs niet kwijt. Het is te veel, het gaat te diep en ik ben zelfs teruggegaan naar basics: schrijven met de pen in een schriftje.
Dan ligt mijn blog wel even stil, da’s waar. Ik wist niet dat mijn non-activiteit van dien aard was dat lezers zich daarover boos zouden maken. Tiens.
Maar het ging me goed hé. Goh ja… als jij het zegt.
Beloftes november 19, 2010
Ze vindt de laatste tijd geen nieuwe tijd meer en moest al even hard zoeken naar het knopje om een nieuw bericht te posten.
Ze wilde wel komen melden dat ze haar grote idool vandaag heeft ontmoet, vanalles wilde vragen, maar zich op slag het kneusje voelde en zich beperkte tot een sobere “zou je onze bibboeken willen signeren alsjeblief?”, terwijl ze dacht: “Ze is toch niet echt moeders mooiste.”
En toch…
Kristien, je hebt iets losgemaakt gedomme!
Nectarines will never be the same again! augustus 1, 2010
We horen het gepalaver al van ver komen.
“Alle-heez, zeg het mij dan toch!” smeekt mijn neefje . Acht jaar oud is hij en de jongste van vier broers. Dat hij onderhand wel weet hoe zich te verdedigen, is al lang geen verrassing meer. Dat Alex Agnew nog van hém zou kunnen leren, is een feit. Dat hij veel te veel weet voor zijn leeftijd ondervinden we nu.
Hij loopt samen met zijn broer van twaalf langs het keukenraam, zoals ze elke dag wel een paar keer doen. De straat oversteken en gaan kijken bij mémé en pépé hoeveel koeken er nog zijn, of er nog cola is, of de vakantie daar misschien iets meer te bieden heeft.
“Dag mémé, dag tante!” en ze komen mijn moeder en mij een dikke zoen geven. “Ah, de boys”, zeg ik, “hoe was ‘t op kamp?” De ogen van de kleinste schieten vol deugnieterij en de oudste stamelt er een vlugge “goed” uit. Ze waren druk in gesprek, juist, en ze doen dan ook ongestoord verder terwijl ze samen in één zetel ploffen.
“Gaat ge ‘t mij nu nog zeggen of wat?” vraagt de kleinste en dringt aan met een lichte duw. De oudste kijkt lichtjes gegeneerd doch geamuseerd naar mijn moeder en mij. “Maar nee, niet hier jong!” en dat is het moment waarop ik geïnteresseerd bijval, natuurlijk.
“Wat wil hij weten toch?”
“Hoe de kindjes gemaakt worden.”
Aha. Dé vraag. We beginnen met het activeren van de voorkennis.
“Wat weet je zelf al?” richt ik me tot de kleinste, terwijl de oudste begint te grinniken.
“Dat het zonder condoom moet, want met condoom kunnen er geen kindjes komen.”
“Ah zo. En verder?”
“Awel hé… de piemel moet in de spleet.”
“Hmhm”, bevestig ik. That sums it up quite well en ik wilde het hier ook bij laten. Dat is genoeg informatie voor een achtjarige, toch? Jongens hebben een piemel, meisjes hebben een spleet. Het één in het ander en hopla, kindjes. Easy! Waar maken die ouders zo’n spel van eigenlijk?
“Maar waarvoor dienen de pitten dan?” Het was blijkbaar een prangende vraag.
“De pitten?”
De oudste begint te schaterlachen. “Hij bedoelt de ballen, dat zijn je balletjes, broer!”
“Welja”, en hij wijst triomfantelijk naar onder, “ik denk altijd dat daar nectarinepitten in zitten.”
“Van een nectarine dan nog?”
“Uhu, want dat voelt toch zo? Maar wat doen die daar eigenlijk?”
“Euuh…” Ik stamel. Stamel ik? Damn.
De oudste komt tussenbeide, ontpopt zich tot een educatief verantwoorde broer en begint aan zijn onderwijsleergesprek, wellicht een perfecte kopie van zijn eerste les seksuele voorlichting. Mijn moeder stopt met de was op te vouwen, ik leun aandachtig naar voor.
“Broer, denk eens na. De piemel moet in de spleet. En dan? Wat moet er dan gebeuren om een kindje te maken?”
“De man moet vanboven liggen.”
“Aja?”
“Uhu, want de man moet wel kunnen duwen hé. En als hij vanonder ligt…” hij zakt onderuit in de zetel en zet het tafereel nu overduidelijke visuele kracht bij… “dan gaat dat toch helemaal niet!” Ze gibberen alletwee en ik wissel een glimlach uit met mijn moeder. We laten ze nog even begaan zo.
“Broer, wat gebeurt er dan na het duwen? Wat komt er uit de piemel?”
“Ah, er komt sperma uit.”
“Wat is dat, sperma?”
” ‘k Weet niet.”
“Dat zit dus in je balletjes hé. En dan komt dat sperma in de spleet van de vrouw.”
“Dus zo komt het kindje erin?” Wij bevestigen allemaal. “Dus… elke pit is een kindje? Dus… ik heb twee kindjes zitten daar beneden??”
“Maar nee, broer, allez… zat daar telkens een kindje, dan had ons vake vier ballen gehad!” Ze gieren het uit en moeder vindt het welletjes geweest. Dat is niet iets om mee te lachen en ge ziet waar tv en internet allemaal goed voor zijn.
Ik neem het weer over en vertel -nee, effekes serieus nu, wilt ge ‘t nog weten?- over miljoenen petieterige dikkopjes die rondzwemmen in zijn pitten. Hij lijkt niet echt op zijn gemak dat te horen en kijkt beteuterd naar beneden. En dat is nog maar het halve verhaal moet hij weten.
“Wat zit er dan bij de vrouw in haar buik, denkt ge? Waar al die dikkopjes naartoe zwemmen?” We kwamen tot de kern van de zaak. De apotheose. Nog eventjes vertellen over hoe eitje en dikkopje samensmelten tot een kindje, waarna dat kindje kan beginnen groeien in de buik van de mama en dat zou het zijn. Uitleg compleet.
“Nectarinevlees?”
The lone wolf juli 18, 2010
Op je eentje door de Gentse straten drentelen en je laten opslokken door de menigte. Even denken dat je enkel voor een spitburger en Axl Peleman kwam, maar dan opeens viavia tegenkomen en blijven plakken aan het dreupelkot. Eentje is geentje en zin wordt onzin. Vergeten dat je de heren niet al te lang zou ophouden en zie, je bougiet al over het plein met één van hen. Hoe heet je eigenlijk en waar gaan we heen? Maakt niet uit, morgen zijn we het toch vergeten.
Je slaagt er niet meer in om het ding waar geld uit komt te benoemen, maar dat is niet erg, want ze trakteren. Niet te veel meer. Je moet nog rijden. Natuurlijk mag je altijd mee met hen naar huis. Nog een pintje for the lady!
Is er een vriend in de zaal, vraag je aan dat ding waar je mee belt. Jaja, zegt het ding terug, en hij komt je zo meteen weghalen. Tijd voor iets bekends, iets veiligs en vertrouwds. Dag heren van de viavia, een waar genoegen was het wel. Nog eens bellen? Absoluut, zeg je, maar je meent het niet. Zij trouwens ook niet.
Je vliegt in bekende armen en ratelt wat over viaviaheren, dreupels, een ding waar geld uit komt, dringend toe aan water en blij dat hij er is. Waar gaan we heen?
Naar toffe mensen.
Ze staan niet zomaar voor je deur mei 30, 2010
Het beloofde een eenzaam weekend te worden. Oh, wat kan Lentesneeuw zich daar toch enorm in wentelen op de zieligste manier mogelijk. De meest walgelijke ook, want dan heeft ze geen zin om uit haar slaapkleed te stappen, zich te wassen, gezond te eten of de goedgemutste vriendin uit te hangen. Zij, haar werk en de klok die tikt. Dat en niets anders, ocharme, is ze niet te beklagen! Zeker niet ingaan op de uitnodigingen van vrienden die haar wat fut en fun proberen aan te smeren, want ze zou er eens vrolijk van moeten worden zeg. Neen, laat haar met rust. Laat haar alleen. Ze is even bezig met de sloor uit te hangen. Alright?
Tot ze vaststelt dat ze toch nog eerst naar winkel moet voor haar snode comfortfoodplannen die avond. Dan wast ze zich toch, trekt deftige kleren aan en zet haar lachmasker op. Een half uurtje dan, maar ook niet langer.
Terug thuis zwiert ze een vel deeg in de bakvorm, versiert het (zo staat het immers in het kookboek) met broccoliroosjes en zalmdobbelsteentjes, klutst ei, room en kruidenkaas dooreen en giet het over het versiersel. In gedachten al bij het potje bananasplitijs van 250 ml (geduld, kind), onderwijl een glas porto achterover kwakkend en een olijf prikkend. Tom Dice, here I come! Volledig uitgerust met fret, alcool, deken en onwelriekend slaapkleed! Yeah baby.
Zo ligt ze daar een uur later met opgeblazen maag en in zeer onelegante houding haar zaterdagavond door te zwijnen. Tot opeens… dinggg-(ja, ze heeft zo’n bel die na de ding wat blijft hangen)-dooong. Gevolgd door een gezicht annex zwaaiende hand door het raam waarvan ze de fucking gordijnen was vergeten dicht te trekken. Verdoeme. ‘t Is hij. Die niet meer had geantwoord op haar sms vorige week. Waarvan ze dacht dat hij er een streep had onder getrokken. Miljaar, ze is blij dat ze nog een douche heeft genomen. Maar shit, haar slaapkleed stinkt wel uren in de wind. Verdoeme, moet ze nu zó opendoen, met Betty Boop schommelend op haar borsten en opgezette maag?
Maar hij houdt haar toch al in ‘t oog terwijl ze vanonder haar deken en uit de zetel spartelt… what the heck.
Dat hij mijn tiramisupot komt terugbrengen. Da’s vriendelijk. Of hij soms van haar quiche wil proeven. Da’s al even vriendelijk. Dat ze eerst wel haar peignoir gaat aantrekken (en zich rijkelijk met deo gaat overspuiten, for what it’s worth). Dat ze er toch wel goed uitziet. Ja, en hij ook. Of hij soms iets te drinken wil. Graag. Dat onzen Tom dat wel goed doet. Ja zeg, ze had het al van ver zien aankomen. Dat hij nog moest antwoorden op die sms, maar dat hij niet meer wist wat erin stond. Venten. Hmja. Hoe hij zich voelde, was de vraag. Bwa, dat hij de blauwtjes onderhand wel gewoon is. Dat het haar bedoeling niet was en dat ze er toch ook een beetje van heeft afgezien. En dat er voor de rest niet veel te zeggen valt precies. Hm. Allez dan, een goeie avond verder. Bedankt voor ‘t eten. ‘t Amusement, ja.
Lentesneeuw kan niet ontkennen dat het haar flatteert, glimlacht ze wat later onder de lakens. Met diezelfde gedachte staat ze weer op. Ze wast zich deze keer wel en ze kleedt zich dan nog ook. Ze neemt het biefstuk alvast uit de diepvries zodat het kan ontdooien en racet zich vervolgens aan een efficiënt tempo door haar werk. De beloning is immers niet min: biefstuk met champignonroomsaus én kroketten.
Net als de boter begint te zingen… dinggg-dooong. Heh, verdorie. Hij weer. De motor-ex. Dat hij toch nog eens wil klappen. Dat mijn pan op ‘t vuur staat. Of hij dan mag binnenkomen. Aja, vlug dan. Dat opnieuw proberen totaal geen optie meer is. Dat hij dat maar niet kan geloven. Of die room nu zuur is of niet. Baneen. Dat hij haar maar niet kan lossen. Dat hij dat eens dringend moet doen. Dat hij nog niet gegeten heeft. Dat hij dan mee-eet, aja. Hoeveel kroketten hij moet hebben. Een stuk of zes. Voelt zij dan niets meer voor hem. Neen, dat had ze toch al duizend keer gezegd. Of ze cola-light of limonade wil. Cola-light. Er moet toch een reden zijn waarom ze allebei de juiste maar niet vinden. Maar neen, geen reden. Of hij nog kroketten wil. Neen, hij heeft genoeg. Allez, dan zal hij maar eens voortgaan. En dat hij het in zijn oren knoopt. Dat ze bedankt is voor het lekkere eten en de babbel. Dat hij bedankt is voor de bedanking. Dag dan. Ja, dag.
En zo zit Lentesneeuw op een zondagavond redelijk voldaan. Want eten is toch leuker met twee.
Dear God mei 29, 2010
Geachte God
‘t Is om te zeggen dat het hier niet meer gaat beneden. Ge hebt vanalles geschapen indertijd en tot wat heeft het geleid?
Eerst hebt ge licht en duisternis van elkaar gescheiden, want het was toch belangrijk te weten wanneer de dag eindigde en de nacht begon. Was het uw bedoeling daar een zekere symmetrie in te stoppen? Dat is dan niet gelukt, want de dagen zijn veel te kort en de nachten bangelijk lang.
Daarna hebt ge een lijn getrokken tussen hemel en water en ge kroop zelf alras in het plezantste gedeelte. Het bovenste stapelbed is altijd ‘t meest gegeerde en wie ‘t eerst komt ‘t eerst maalt, ja, maar wij bestonden toen nog niet hé! Toch wel een beetje kinderachtig, vindt ge niet?
Ge hebt daarna wel ingezien dat al dat water maar saai zou zijn en ge hebt het op één plaats bijeengegoten tot een zee, zodat er toch ook droge stukken aarde overbleven voor bomen- en plantenzaadjes. Maar ik denk dat ge u hebt mispakt in hoeveelheden. Er is nu veel te veel water dat bovendien te zout is om te drinken en het zoete water dat nog overschiet, overspoelt de stukken aarde veel te regelmatig naar mijn goesting. O ja, en de volgende keer smijt ge best ook wat meer van die zaadjes in ‘t rond.
Toen werd het tijd voor een beetje meer licht in uw stapelbed en ge boetseerde de maan, de zon en een paar sterrekes. Om ons de weg te wijzen, dacht ge, in donkere tijden. En om te weten in welk seizoen we leefden. Wist ge dat daar niet te veel meer van overschiet, van uw seizoenen? ‘t Loopt al dooreen van tegenwoordig. Muggen in november en meiklokjes in de vrieskou.
Oh ja, en dan liet ge de beesten aanrukken. Grote, kleine, harige, glibberige, tweevleugelige, achtpotige. Weet ge welk dier ik nog het meest beklaag? De regenworm. Die hoort niets, ziet niets, ruikt niets, smaakt niets… allez nu. Waarom? En dan nog iets. Ge zegende alleen de vogels en de vissen, opdat ze talrijk zouden worden. Ik kan daar niet mee lachen. De vissen, tot daar aan toe, maar de vogels die elke dag op mijn auto schijten. Neen, da’s niet grappig.
Het werd zaterdag, juist gelijk vandaag. Een kleine stap voor u, des te groter was hij voor de mensheid, want ge schiep ons. Jolijt. Ge schiep ons naar uw evenbeeld, om heerschappij te voeren over alle andere schepselen. Ge schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk en ge zegende ons met de woorden “Wees vruchtbaar en word talrijk”. Ge zag dat het zeer goed was en toen waart ge weg. Floep. Om uwe luie zondag te gaan vieren in uw stapelbed met uw zelfgemaakt nachtlampke.
En wij bleven achter met gans uw schepping: de dag om door te komen en de nacht om snel te vergeten, aarde om te bewerken en water om tegen te vechten, bomen en planten om in leven te houden, seizoenen om te ondergaan, de maan en de sterren om bij weg te dromen (ja, gij zult daar wel goed zitten boven), de beesten om in toom te houden, de regenworm om te beklagen en de mens om te begrijpen. Mannelijk en vrouwelijk.
Het was uw wil, het oerdoel, om ons te vermenigvuldigen. Wel, ik voel uw doel, God, maar ik kan het niet verwezenlijken. Had ge dat voorzien in uw Plan, God? Of dacht ge dat iedereen het maar met iedereen zou doen, ongeacht leeftijd, uiterlijk en wil? Vandaar, ik kom het u maar effkes melden: het gaat niet te goed, hier beneden. En of ge ne keer kunt komen kijken om er iets aan te doen?
Met vriendelijke groeten
Lentesneeuw
ps: En kunt ge misschien ook die puist op mijn linkerkaak eens wegvegen? Ik heb er geen bal aan.
Over elastieken en golven mei 25, 2010
Een vrouw dient dringend te beseffen dat een man gelijk een elastiek is. Het heeft niets te maken met enig andere rekbare toestanden, neen. In den prille beginne zal deze man zich heel goed en “ontspannen” voelen bij zijn pas veroverde. Vol kracht en energie draagt hij haar op handen, doet vooral wat zij graag doet, krijgt dat heel apart gevoel vanbinnen als ze nog maar een scheet laat. Maar wat de vrouw niet beseft, is dat zijn elastiek vanaf dan stilletjes aan begint te rekken, want dat is nu eenmaal het lot van elastieken. Ze rekken uit, nietwaar. De man heeft zodanig veel van zichzelf gegeven dat hij als het ware zijn identiteit verliest. Zoiets trekt tegen en dus distantieert hij zich een beetje van lief en leed, schijnbaar zonder aanwijsbare reden. Vaak weet hij zelf niet waarom hij opeens meer tijd met de vrienden wil doorbrengen of liever van zijn territorium geniet dan mee te gaan met haar (en niet zelden met haar familie) naar een of andere boerenklucht in ‘t dorp. Het fenomeen wordt ook wel eens bestempeld als “in zijn hol kruipen”. Een man kan maar zoveel emoties aan, dames. Allerminst denigrerend bedoeld, heren. Maar goed, elastieken. Ze rekken en rekken verder weg van de wederhelft die zich op haar beurt steeds meer zorgen begint te maken. In het slechtste geval escaleert de boel met een verwijt dat hij haar niet graag ziet en als hij nog maar durft te beweren dat hij dat wel doet, dan toont hij dat precies nog niet goed genoeg. Vlam gaat de deur. En dat, dames, hadden we beter niet gedaan. Want weten jullie wat elastieken nog neigen te doen eens ze volledig zijn uitgerekt? Hmhm: terugspringen met een dubbel en dik overtuigende kracht… right in your own comforting lap! Daarvoor moeten de heren wel eerst even mijlenver verwijderd zitten om te beseffen wat ze zo missen. En om te achterhalen wat wij nu weeral waard zijn. Dus het enige wat wij hoeven te doen is hen laten begaan zonder morren of panikeren. Eventjes zo. Tot ze weer vanzelf de onze zijn.
Het is een mannending, dat op- en afspringen. Een cyclus (ja, ook mannen hebben dat) die zich om de zoveel tijd herhaalt. Wij hoeven er ons alleen maar bij neer te leggen.
Een man dient dringend te beseffen dat een vrouw gelijk een golf is. Het heeft niets te maken met enig andere natte toestanden, baneen. In den prille beginne zal deze vrouw vol liefde en kracht zitten om haar man te vertroetelen en te bewonderen, zelfs al laat hij een glas van 25 euro vallen tijdens de afwas (elke gelijkenis met toestanden bij mijn lezerspubliek berust op louter toeval *kuch*). Ze vindt hem lief en humoristisch en ronduit koddig in alles wat hij doet. Maar wat de man niet beseft, is dat zijn lieftallige op dat moment heel hoog op haar golf aan het razen is en alle stormen met veel gemak weet te omzeilen. Echter, zoals dat veelal gaat met golven, what comes up must eventually come down. Eens haar hoogtepunt bereikt, begint ze aan haar beangstigende tocht naar beneden. Ze voelt zich niet meer zo lekker in haar vel, het wordt haar allemaal eventjes te veel, het huishouden, het werk, de kinderen, hij en zijn libido. In het slechtste geval escaleert de boel met een verwijt dat ze er dan maar iets moet aan doen en dat bleiten niet zal helpen. Baf doet de deur. En dat, heren, had u beter niet gedaan. Want weet u wat golven instinctief plegen te doen? Juist ja: terug omhoog bruisen tot het summum van opgewektheid en liefde weer is bereikt. Daarvoor hebben wij eerst wel een dieptepunt nodig, met kleenex, een romantische film en de ganse zielige reutemeteut. Het enige wat u, in uw machteloos en soms woedend toekijken, kunt doen is uw luisterend oor en troostende armen bieden. Meer niet. Really. De finale boost om de tocht naar boven te hervatten.
Het is een vrouwending, dat op- en afzwalpen. Een cyclus (volledig los van onze menstruele dan nog) die zich om de zoveel tijd herhaalt. U hoeft er zich alleen maar bij neer te leggen.
Nu we deze kennis tot ons hebben genomen, liefste lezers, kan het toch niet meer zo moeilijk zijn. Ga en verenigt u!
Alles of niets mei 24, 2010
Toon je interesse, dan geven zij de sporen. Laat je niets meer weten, dan komen ze opeens weer aangestormd op hun ros.
Of is het iets wat in de lucht zit dezer dagen?
Ik zat gisterenmiddag nietsvermoedend op mijn facebookpagina die rijkelijk versierd is met groene bolletjes waar nooit activiteit uit komt, als waren ze sanseveria’s op een aftandse vensterbank met zo’n gecrocheerd lapke stof eronder. Tot opeens… floep… business man vroeg hoe het nog met mij was zie. Amai, dat is nogal lang geleden hé zeg. Jaja, en warm dat het is. Hoe lang ook alweer? Een maand? Allez zeg, moeha, da’s lang.
Tegelijk hoorde ik in de verte een moto afkomen. Mijn trouwe leesfans beginnen nu al de mondhoeken te krullen en iets te brullen als “neeeeje, toch niet weer… ?” Uhu. ‘t Was de ex weer. Dé ex. Al bijna vier jaar. Binnen een jaar zijn we even lang uit elkaar als dat we samen zijn geweest. Als hij me dan komt vragen uit eten te gaan om dat speciale moment te vieren, ik zou gedomme meegaan! Voor zijn onuitputtelijke inzet alleen al. Nu kwam hij evenwel iets anders doen. Hij kwam eens kijken of hij niet stoorde, zei hij. Ik had een kater, zei ik. En hoe het met mij was, vroeg hij. Ik had een kater, antwoordde ik. Allez dan, zei hij, dan kom ik ongelegen. Lichtekes, fluisterde ik met één hand op mijn maag en de andere overdreven voor mijn mond. Hij kroop weer op zijn moto.
En business man sloot af met een “tot binnenkort eens hé”. Of course vent, anything you say.
‘s Avonds zat ik me te bedenken in de zetel dat ik helemaal niemand nodig had om het gezellig te maken. Ik had het goed zo, met mijn katten over me heen gedrapeerd. Tot opeens… bliep-bliep… een sms. Van ene heer waarmee ik in het duistere 2009 één keer had afgesproken en daarna nooit meer wegens te vrouwelijke neigingen. Of ik vrij was die avond? Neen, sms’te ik terug. Ok, antwoordde hij. Ik haat ok-sms’jes, nooit begrepen waarom een mens 12 cent aan twee inhoudloze letters wil hangen. Net zomin als het erin gaat bij mij dat je iemand na zoveel maanden, out of the blue, om 10u ‘s avonds doodleuk vraagt wat hij of zij te doen heeft die avond. Ofwel had hij wreed veel goesting om weg te gaan en vond hij maar niemand. Ofwel had hij wreed veel goesting tout court.
Het werd nacht en het werd ochtend. Dat gaat veelal zo. Het is minder gebruikelijk dat ik me van ‘s morgensvroeg voor mijn boeken neerklets en aan niets anders denk dan aan ‘t werk. Alweer best tevreden, ten eerste met mijn eigen vlijtigheid, ten tweede omdat ik er ondertussen een kleurtje bij vergaarde. Plezant en al. Tot opeens… bliep-bliep… een sms begod. Of ik geen zin had om enen mee te drinken op het terras waar we ergens vorige week ook zaten. Sindsdien heerste er doodse stilte tussen ons, want het was niet zo’n tof gesprek geweest. Ieder zijn ding aan het plaatsen wellicht. Maar kijk, dan toch een bericht, waar ik niet kon op ingaan wegens te veel werk op een zonnige feestdag.
Uit mijn concentratie gerukt nam ik dan maar een pc-pauze. “Business man heeft gereageerd op je status”. Johei. En de gekende stilzwijgende groene bolletjes. Tot er mij opeens weer eentje aansprak en begon over natte zwembroeken, toch wel koud in de schaduw en niet goed voor het mannelijke ego. Ik reageerde verbaasd, want van deze had ik al twee maand niets meer gehoord. Ik kon toch wel tegen een beke zever, zeker? Goh ja. Bwa. Op de vraag of zijn vers verworven vrouwtje hem niet kon verlossen, kreeg ik tot op heden geen antwoord. Maha.
Uw mening