Geachte God
‘t Is om te zeggen dat het hier niet meer gaat beneden. Ge hebt vanalles geschapen indertijd en tot wat heeft het geleid?
Eerst hebt ge licht en duisternis van elkaar gescheiden, want het was toch belangrijk te weten wanneer de dag eindigde en de nacht begon. Was het uw bedoeling daar een zekere symmetrie in te stoppen? Dat is dan niet gelukt, want de dagen zijn veel te kort en de nachten bangelijk lang.
Daarna hebt ge een lijn getrokken tussen hemel en water en ge kroop zelf alras in het plezantste gedeelte. Het bovenste stapelbed is altijd ‘t meest gegeerde en wie ‘t eerst komt ‘t eerst maalt, ja, maar wij bestonden toen nog niet hé! Toch wel een beetje kinderachtig, vindt ge niet?
Ge hebt daarna wel ingezien dat al dat water maar saai zou zijn en ge hebt het op één plaats bijeengegoten tot een zee, zodat er toch ook droge stukken aarde overbleven voor bomen- en plantenzaadjes. Maar ik denk dat ge u hebt mispakt in hoeveelheden. Er is nu veel te veel water dat bovendien te zout is om te drinken en het zoete water dat nog overschiet, overspoelt de stukken aarde veel te regelmatig naar mijn goesting. O ja, en de volgende keer smijt ge best ook wat meer van die zaadjes in ‘t rond.
Toen werd het tijd voor een beetje meer licht in uw stapelbed en ge boetseerde de maan, de zon en een paar sterrekes. Om ons de weg te wijzen, dacht ge, in donkere tijden. En om te weten in welk seizoen we leefden. Wist ge dat daar niet te veel meer van overschiet, van uw seizoenen? ‘t Loopt al dooreen van tegenwoordig. Muggen in november en meiklokjes in de vrieskou.
Oh ja, en dan liet ge de beesten aanrukken. Grote, kleine, harige, glibberige, tweevleugelige, achtpotige. Weet ge welk dier ik nog het meest beklaag? De regenworm. Die hoort niets, ziet niets, ruikt niets, smaakt niets… allez nu. Waarom? En dan nog iets. Ge zegende alleen de vogels en de vissen, opdat ze talrijk zouden worden. Ik kan daar niet mee lachen. De vissen, tot daar aan toe, maar de vogels die elke dag op mijn auto schijten. Neen, da’s niet grappig.
Het werd zaterdag, juist gelijk vandaag. Een kleine stap voor u, des te groter was hij voor de mensheid, want ge schiep ons. Jolijt. Ge schiep ons naar uw evenbeeld, om heerschappij te voeren over alle andere schepselen. Ge schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk en ge zegende ons met de woorden “Wees vruchtbaar en word talrijk”. Ge zag dat het zeer goed was en toen waart ge weg. Floep. Om uwe luie zondag te gaan vieren in uw stapelbed met uw zelfgemaakt nachtlampke.
En wij bleven achter met gans uw schepping: de dag om door te komen en de nacht om snel te vergeten, aarde om te bewerken en water om tegen te vechten, bomen en planten om in leven te houden, seizoenen om te ondergaan, de maan en de sterren om bij weg te dromen (ja, gij zult daar wel goed zitten boven), de beesten om in toom te houden, de regenworm om te beklagen en de mens om te begrijpen. Mannelijk en vrouwelijk.
Het was uw wil, het oerdoel, om ons te vermenigvuldigen. Wel, ik voel uw doel, God, maar ik kan het niet verwezenlijken. Had ge dat voorzien in uw Plan, God? Of dacht ge dat iedereen het maar met iedereen zou doen, ongeacht leeftijd, uiterlijk en wil? Vandaar, ik kom het u maar effkes melden: het gaat niet te goed, hier beneden. En of ge ne keer kunt komen kijken om er iets aan te doen?
Met vriendelijke groeten
Lentesneeuw
ps: En kunt ge misschien ook die puist op mijn linkerkaak eens wegvegen? Ik heb er geen bal aan.
Uw mening