Iemand was nieuwsgierig naast haar raampje komen staan. Ze draaide haar hoofd langzaam richting schim. Het was Apu. Er zat iets in zijn linkerhand, maar door het duister kon ze niet goed zien wat. Hij tikte op haar raam. Ze knipperde bij elke tik en begon wat onwennig naar de passagierszetel over te hellen. Wat wilde hij dan?
“Mefrouw, niet bang sijn!” klonk het gedempt door het raam. “Ik heb aansteker foor jouw! Gratis!”
Ze keek hem nu wat langer aan. De immer lachende man. Natuurlijk… kon ze ooit kwaad vermoeden? Toch opende ze het raam maar met een kier. “Bedankt… euhm… Madan. Ik ging net vertrekken.”
Hij stak een rode aansteker doorheen de gleuf, die zij op haar beurt snel aannam. “Goed dan”, lachte ze slapjes. “Tot een volgende keer hé!”
Hij bleef nog even staan en zwaaide wat schaapachtig, terwijl zij met haar Fiësta de straat opdraaide. Ocharme… dan ook nog het slachtoffer zijn van maatschappelijke vooroordelen.
Warme lucht op haar blote tenen, Novastar op de achtergrond en rustgevende witte strepen op straat. Eindelijk kon ze haar sigaret opsteken. Een sigaret omwille van een sms… van hem. Hoe het met haar ging. Wat kon ze antwoorden? Goed, want het ging wel goed. Ze had een goede job, ze verkeerde in goede gezondheid, ze had een goed dak boven haar hoofd. Alles was goed. Gewoon “goed”. “Gewoon” goed… dat wel. Maar daarop stuurde hij wellicht niet aan. Hoe ging het met haar en haar gevoelens, haar gedachten? En als we het wat verder mogen drijven: gedachten over hem, over “ons”? Neen, nu was ze werkelijk een veel te grote bel aan het blazen.
Ze stak haar sigaret even door het raam, waardoor het reepje as werd weggeblazen in de nacht. Haar asbakje gebruikte ze alleen maar voor kleingeld. Maar dit had niet echt voorkomen dat haar auto vanbinnen naar tabak rook. Kon haar niet schelen. Was tenslotte haar auto en haar slechte gewoonte.
Nog zoiets wat op zijn minst vervelend te noemen was tijdens haar actieve datingperiode. De mannelijke smokebusters. God, wat had ze zich geërgerd aan hun priemende blikken toen ze te horen kregen dat ze rookte. Alsof ze daarmee –op Bush na dan- de grootste crimineel was op aarde. Het onderwerp kinderen werd meestal ook snel daarna op tafel gegooid. De vrouw moet immers zorgen voor gezonde baby’s. Zij zal tijdens de zwangerschap niet roken of drinken, geen rood vlees of schimmelkaas eten en zich onthouden van zware inspanningen. Zij mag alleen maar zwanger zijn. Juist ja.
Ze wist als geen ander wat het was om zwanger te zijn. Ze wist het al. Toen was ze terstond gestopt met roken zonder enig probleem. Van de overige dingen hoefden ze toch niet zo’n drama te maken. Wacht maar tot de vliezen breken.
Tien voor één, vertelden de blauwe cijfers haar. Ze was bijna thuis en zag dat ze nog een laatste trek uit haar sigaret kon persen. Papier verteert. Dat rekende ze dus niet tot zwerfvuil. Ze opende haar raam wat verder, zoals ze altijd deed en gooide het peukje met een zwaai naar buiten. Maar ze voelde de hete asbol langs haar arm weer naar binnen waaien.
“Fuck!” Het rolde nu onder haar bil en ze voelde een stukje vel schroeien. “Fuck!”
Ze probeerde zichzelf op te heffen, zo hoog haar stuur dat toeliet. Ogen op de schoot gericht.
Waar is het nu? Tastend met de handen.
Ogen op de baan. De schoot. De baan. Lichten. Iemand trompte nog.
Gesuis.
Madan.
Lijstje.
Begrafenis.
Hij.
Stilte.
Uw mening