Het beloofde een eenzaam weekend te worden. Oh, wat kan Lentesneeuw zich daar toch enorm in wentelen op de zieligste manier mogelijk. De meest walgelijke ook, want dan heeft ze geen zin om uit haar slaapkleed te stappen, zich te wassen, gezond te eten of de goedgemutste vriendin uit te hangen. Zij, haar werk en de klok die tikt. Dat en niets anders, ocharme, is ze niet te beklagen! Zeker niet ingaan op de uitnodigingen van vrienden die haar wat fut en fun proberen aan te smeren, want ze zou er eens vrolijk van moeten worden zeg. Neen, laat haar met rust. Laat haar alleen. Ze is even bezig met de sloor uit te hangen. Alright?
Tot ze vaststelt dat ze toch nog eerst naar winkel moet voor haar snode comfortfoodplannen die avond. Dan wast ze zich toch, trekt deftige kleren aan en zet haar lachmasker op. Een half uurtje dan, maar ook niet langer.
Terug thuis zwiert ze een vel deeg in de bakvorm, versiert het (zo staat het immers in het kookboek) met broccoliroosjes en zalmdobbelsteentjes, klutst ei, room en kruidenkaas dooreen en giet het over het versiersel. In gedachten al bij het potje bananasplitijs van 250 ml (geduld, kind), onderwijl een glas porto achterover kwakkend en een olijf prikkend. Tom Dice, here I come! Volledig uitgerust met fret, alcool, deken en onwelriekend slaapkleed! Yeah baby.
Zo ligt ze daar een uur later met opgeblazen maag en in zeer onelegante houding haar zaterdagavond door te zwijnen. Tot opeens… dinggg-(ja, ze heeft zo’n bel die na de ding wat blijft hangen)-dooong. Gevolgd door een gezicht annex zwaaiende hand door het raam waarvan ze de fucking gordijnen was vergeten dicht te trekken. Verdoeme. ‘t Is hij. Die niet meer had geantwoord op haar sms vorige week. Waarvan ze dacht dat hij er een streep had onder getrokken. Miljaar, ze is blij dat ze nog een douche heeft genomen. Maar shit, haar slaapkleed stinkt wel uren in de wind. Verdoeme, moet ze nu zó opendoen, met Betty Boop schommelend op haar borsten en opgezette maag?
Maar hij houdt haar toch al in ‘t oog terwijl ze vanonder haar deken en uit de zetel spartelt… what the heck.
Dat hij mijn tiramisupot komt terugbrengen. Da’s vriendelijk. Of hij soms van haar quiche wil proeven. Da’s al even vriendelijk. Dat ze eerst wel haar peignoir gaat aantrekken (en zich rijkelijk met deo gaat overspuiten, for what it’s worth). Dat ze er toch wel goed uitziet. Ja, en hij ook. Of hij soms iets te drinken wil. Graag. Dat onzen Tom dat wel goed doet. Ja zeg, ze had het al van ver zien aankomen. Dat hij nog moest antwoorden op die sms, maar dat hij niet meer wist wat erin stond. Venten. Hmja. Hoe hij zich voelde, was de vraag. Bwa, dat hij de blauwtjes onderhand wel gewoon is. Dat het haar bedoeling niet was en dat ze er toch ook een beetje van heeft afgezien. En dat er voor de rest niet veel te zeggen valt precies. Hm. Allez dan, een goeie avond verder. Bedankt voor ‘t eten. ‘t Amusement, ja.
Lentesneeuw kan niet ontkennen dat het haar flatteert, glimlacht ze wat later onder de lakens. Met diezelfde gedachte staat ze weer op. Ze wast zich deze keer wel en ze kleedt zich dan nog ook. Ze neemt het biefstuk alvast uit de diepvries zodat het kan ontdooien en racet zich vervolgens aan een efficiënt tempo door haar werk. De beloning is immers niet min: biefstuk met champignonroomsaus én kroketten.
Net als de boter begint te zingen… dinggg-dooong. Heh, verdorie. Hij weer. De motor-ex. Dat hij toch nog eens wil klappen. Dat mijn pan op ‘t vuur staat. Of hij dan mag binnenkomen. Aja, vlug dan. Dat opnieuw proberen totaal geen optie meer is. Dat hij dat maar niet kan geloven. Of die room nu zuur is of niet. Baneen. Dat hij haar maar niet kan lossen. Dat hij dat eens dringend moet doen. Dat hij nog niet gegeten heeft. Dat hij dan mee-eet, aja. Hoeveel kroketten hij moet hebben. Een stuk of zes. Voelt zij dan niets meer voor hem. Neen, dat had ze toch al duizend keer gezegd. Of ze cola-light of limonade wil. Cola-light. Er moet toch een reden zijn waarom ze allebei de juiste maar niet vinden. Maar neen, geen reden. Of hij nog kroketten wil. Neen, hij heeft genoeg. Allez, dan zal hij maar eens voortgaan. En dat hij het in zijn oren knoopt. Dat ze bedankt is voor het lekkere eten en de babbel. Dat hij bedankt is voor de bedanking. Dag dan. Ja, dag.
En zo zit Lentesneeuw op een zondagavond redelijk voldaan. Want eten is toch leuker met twee.
Uw mening